Absinthe suisse

Wanneer in de negentiende eeuw op een etiket absinthe suisse stond vermeld, hoefde dat niet te betekenen dat het om een Zwitsers product ging. Wat het in ieder geval wel betekende, was dat zich achter het etiket een hoogwaardige absint bevond, zorgvuldig bereid in de traditie van de absintstokers uit de Zwitserse Val-de-Travers, de bakermat van de absint.

Een kenmerk van Zwitserse absint is doorgaans de kleurloosheid. De coloration (kleuring, door maceratie van plantaardig materiaal) blijft achterwege omdat deze afbreuk zou doen aan de door distillatie verkregen smaak. Deze absint kreeg als bijnaam "La Bleue".

Toen Yves Kübler in 2002 zijn legale absint lanceerde (met minder dan 10 mg/l thujon), reageerden de Zwitserse absintheurs niet onverdeeld enthousiast. Ze waren immers vertrouwd met clandestiene absint, die sinds het Zwitserse verbod in 1910 op niet geringe schaal werd geproduceerd, en waaraan Küblers Extrait d'Absinthe volgens velen niet kon tippen.

In Bern heeft men gedurende de prohibitie een oogje toegeknepen zolang de clandestiene activiteiten niet al te opzichtig werden bedreven. Op boerderijen waar gestookt werd verbrandde men autobanden op het erf om de alsemgeur te maskeren. In café's kon men geen absint bestellen, maar als men vroeg om middeltje tegen de griep of een thee uit Boveresse, kreeg men er een geserveerd.

Bijgevolg heeft de ontwikkeling in Zwitserland niet stilgestaan. De nostalgie van een absint van weleer, met bijbehorende rituelen, kent men er nauwelijks. De smaak heeft zich verder ontwikkeld, en voor de Zwitserse absintheur is absint een drank van vandaag de dag.

In 2005 wordt de productie en verkoop van absint in Zwitserland volledig gelegaliseerd.